In Genemuiden wordt veel kunstgras voor sportvelden geproduceerd, maar ook een groot deel van het kunstgras van particuliere tuinen komt hier vandaan. Het is een Nederlands product met een rijke historie. In dit blogbericht leest u hoe Genemuiden het centrum van de kunstgrasindustrie werd.

Biezen

Aan de kust van de Zuiderzee, tussen Genemuiden en Kampen, groeit al sinds jaar en dag bies, een dun tot drie meter hoog opgroeiend gewas dat zich in het bijzonder leent voor allerlei soorten vlechtwerk. Al in de zestiende eeuw werden bij Genemuiden biezen geoogst om matten van te maken. In de 17e en 18e eeuw was mattenvlechten een belangrijke bron van inkomsten voor de stad. De biezen die hier geteeld werden, waren van hoge kwaliteit en werden op grote schaal geëxporteerd naar omliggende landen. Omstreeks 1910 begon men in Genemuiden met de vervaardiging van karpetten en lopers.

Van matten naar tapijt

De biezen matten werden na verloop van tijd vervangen voor kokosmatten. In 1950 werkte één derde deel van de beroepsbevolking in Genemuiden in de kokosindustrie. Na 1965 zakte de vraag naar kokosmatten in en ging men over op de vervaardiging van zachte vloerbedekking. Hieruit heeft zich in Genemuiden de moderne tapijtindustrie ontwikkeld. Deze produceerde in 2010 meer dan de helft van alle Nederlandse wollen en nylon vloerbedekking.

Fabricage van kunstgras

De fabricage van kunstgras lijkt in het eindstadium veel op die van tapijt. Voor het kunstgras worden kunststofkorrels in de gewenste kleuren verhit en in lange slierten uit een machine geperst. De slierten, ook wel ‘garens’ of ‘vezels’ genoemd, worden op hun beurt meermaals opgerekt en gekoeld. Ze komen uiteindelijk terecht op grote klossen, net als tapijtgarens. Een speciale machine snijdt ze op de gewenste lengte, waarna de kunstgrasvezels, zeg maar de grassprieten, op de rug van de mat worden vastgezet.

Tuften

De techniek die men in Genemuiden gebruikt voor het vastzetten van de vezels wordt tuften genoemd. Het tuften is aan het einde van de jaren vijftig ontstaan in de tapijtindustrie. De techniek is afgeleid van de naaimachine. Over de hele breedte van het tapijt, dit kan vier of vijf meter zijn, zijn honderden naalden opgesteld. Elke naald steekt een doorlopende draad heen en terug door het grondweefsel. Bij het terugkeren van de naald wordt een lus gevormd die al dan niet wordt doorgesneden. Op die manier wordt zowel tapijt als kunstgras gemaakt.

Expert

Door de eeuwen heen is men in Genemuiden expert geworden op het gebied van het vlechten en vastzetten van vezels. Daarom komt het meeste kwalitatief hoogwaardige kunstgras ook hier vandaan.